Wetgeving ERE-certificaten sinds 2026: dit is er veranderd voor particulieren en bedrijven

Sinds 1 januari 2026 is de Nederlandse wetgeving rondom hernieuwbare energie in vervoer ingrijpend gewijzigd. De oude systematiek met HBE’s (Hernieuwbare Brandstofeenheden) is vervangen door ERE’s (emissiereductie-eenheden) en de Brandstoftransitieverplichting (BTV) is in werking getreden.

Voor bedrijven met laadpalen en voor particulieren met een thuislaadpunt heeft dit directe gevolgen: wie elektrisch laadt kan, onder voorwaarden, een vergoeding ontvangen via de markt, omdat brandstofleveranciers ERE’s nodig hebben om aan hun verplichting te voldoen.

In dit artikel leggen we uit wat er precies veranderde in 2026, waarom dat gebeurde en wat dit praktisch betekent voor thuisladers en zakelijke laadlocaties.

Van Jaarverplichting naar Brandstoftransitieverplichting (BTV)

Tot en met 2025 werkte Nederland met de Jaarverplichting Energie voor Vervoer. Vanaf 1 januari 2026 is dit vervangen door de Brandstoftransitieverplichting (BTV).

De kern: brandstofleveranciers moeten de broeikasgasuitstoot van hun geleverde brandstoffen jaarlijks verder verlagen en tonen dat aan via een handelssysteem met ERE’s.

Daarnaast is de scope verbreed: waar de verplichting eerder vooral rond wegvervoer draaide, geldt de BTV vanaf 2026 ook, met sectorspecifieke regels, voor leveringen aan binnenvaart en zeevaart.

Van HBE naar ERE: van energie naar CO2-reductie

Hoe het werkte vóór 2026

Onder het oude systeem draaide het om HBE’s, gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare energie die aan vervoer werd geleverd, denk aan energie-inhoud.

Hoe het werkt sinds 2026

Sinds 2026 draait het om ERE’s, waarbij niet de hoeveelheid energie centraal staat, maar de daadwerkelijke ketenemissiereductie.

Belangrijkste definitie: 1 ERE staat voor 1 kg CO2-equivalent emissiereductie ten opzichte van de fossiele referentie.

Praktisch gevolg: de berekeningen en de waarde per kWh kunnen anders uitpakken dan in de HBE-tijd, omdat de systematiek nu expliciet rekent vanuit CO2-reductie.

Grote verandering voor particulieren: thuisladen telt nu mee

Een van de grootste veranderingen is dat elektriciteit geleverd aan auto’s aan huis sinds 2026 in aanmerking kan komen voor registratie en vergoeding, uitsluitend via een inboekdienstverlener. De NEa beschrijft dit expliciet als een nieuwe mogelijkheid voor thuisladers.

Voorwaarden voor particulieren in hoofdlijnen

U komt doorgaans in aanmerking als u:

  • een laadpaal thuis heeft met geïntegreerde kWh-meting
  • contracthouder of eigenaar bent van de netaansluiting op dat adres
  • en meestal: een laadpaal heeft met MID-gecertificeerde meter

Er is een beperkte uitzondering mogelijk zonder MID-meter, bijvoorbeeld via een exclusief allocatiepunt waarbij achter de afsplitsing alleen het laadpuntverbruik zit. Dit wordt in de praktijk door de inboekdienstverlener beoordeeld.

Belangrijk: de NEa behandelt geen vragen van particulieren; dit loopt altijd via de inboekdienstverlener.

Wat veranderde voor bedrijven met laadpalen?

Voor bedrijven bestond de mogelijkheid om elektriciteit voor vervoer te registreren al langer, maar vanaf 2026 is:

  • de eenheid veranderd: HBE is vervangen door ERE
  • de onderliggende verplichting veranderd: Jaarverplichting is vervangen door BTV
  • de markt verbreed door de nieuwe regels en sectorindeling

Zelf inboeken of via een inboekdienstverlener

Bedrijven die veel elektriciteit leveren aan vervoer kunnen onder voorwaarden zelf registreren, terwijl kleinere volumes doorgaans via een inboekdienstverlener lopen. In de praktijk wordt vaak een drempel gehanteerd waaronder registratie via een inboekdienstverlener gebruikelijker is, en daarboven zelfregistratie vaker voorkomt.

Waarom ontstaat er waarde, en waarom betaalt de overheid niet uit?

De vergoeding is geen subsidie: het is een marktmechanisme binnen de BTV.

  • brandstofleveranciers moeten ERE’s hebben om aan hun verplichting te voldoen
  • zij kunnen die ERE’s zelf creëren door hernieuwbare energie te leveren, of ERE’s kopen van anderen
  • de NEa beheert het register en controleert, maar betaalt niet uit
  • de opbrengst loopt via de markt en via de inboekdienstverlener

Overgangsperiode: HBE’s nog afwikkelen, daarna omgezet naar ERE’s

In de overgang naar het nieuwe systeem bestonden er regels voor partijen die nog HBE-saldo’s hadden na de jaarafsluiting. HBE’s werden nog gebruikt voor de verplichting over 2025; daarna vindt omzetting naar ERE’s plaats volgens vastgestelde overgangsregels.

Deze passage is vooral relevant voor bedrijven die in 2025 al actief waren met inboeken.

Wat betekent dit concreet voor u?

Particulier (thuisladen)

U kunt sinds 2026 meedoen als:

  • u thuis laadt via een geschikt laadpunt
  • u de aansluiting op uw naam heeft
  • en u zich aanmeldt via een inboekdienstverlener

Bedrijf (zakelijke laadpunten)

U kunt sinds 2026:

  • ERE’s genereren op basis van CO2-reductie volgens de nieuwe systematiek
  • registreren via een inboekdienstverlener of, bij grote volumes, zelf
  • inkomsten realiseren doordat brandstofleveranciers ERE’s nodig hebben

Met onze rekentool kunt u in een paar seconden een persoonlijke indicatie maken van uw mogelijke opbrengst.

Hoe regelt GridCredits dit voor u?

Bij GridCredits verzorgen we de administratieve keten rondom ERE-registratie. U krijgt:

  • een snelle controle of uw situatie geschikt is, particulier of zakelijk
  • ondersteuning bij datakoppeling en registratie
  • inzicht in uw volumes en opbrengst
  • uitbetaling per kwartaal volgens de afgesproken afzetroute

Wilt u weten of u kunt starten?

Vul het aanmeldformulier in. Wij checken voor u of uw laadpaal geschikt is en geven u kosteloos een persoonlijke indicatie binnen enkele werkdagen.

Bronnen

Nederlandse Emissieautoriteit (emissieautoriteit.nl) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).